Utrechtse Ruimtemaker raakte al participerend zijn vertrouwen kwijt:

‘Gemeente verdient weer een activistische stad die het hen lastig maakt’ 

Les geleerd in Utrecht:
Bijt je als actieveling niet stuk op die gemeente. Het kost heel veel energie met een onzeker eindresultaat.
Doe dat wat je ligt. Er zijn doeners nodig om zaken uit te voeren, en vergaderaars voor het overleg met gemeente en andere instanties.
Heb als gemeente de moed om er op te vertrouwen dat als je de stad aan haar bewoners teruggeeft, dat het dan goed komt.

Frans Soeterbroek windt er geen doekjes om. We treffen hem op een slecht moment. Deceptie overheerst. Jarenlang bemoeide hij zich samen met een zwerm mensen tegen de stad Utrecht aan op een constructieve manier en dat ging lekker. Het gaf de stad nieuwe energie en een frisse benadering en aanpak. Tot voor kort dan. Hij heeft het er inmiddels helemaal mee gehad. Het was, zoals hij op de breuk terugkijkt, een ongeluk in slow motion.

In het begin ging het hard met de Utrechtse Ruimtemakers, zoals de actieve stadsbewoners zich noemden. Het waren de crisisjaren. De economie liet het afweten en er ontstond ruimte voor creativiteit, een andere aanpak. Het Vastgoeddiner en de conferentie met de gemeente over gebiedsontwikkeling waren grote successen. Iedereen wilde meedoen. Ze hadden de wind in de zeilen. Het nieuwe elan resulteerde in het Stadsakkoord, een akkoord over hoe het verder moest met de stad dat was ondertekend door 140 actieve Utrechtenaren, politici, ontwikkelaars, instellingen en corporaties.

Maar nog voor Utrecht daar goed en wel de vruchten van kon plukken kwam er een nieuw stadsbestuur. Deze coalitie van GroenLinks, D66 en ChristenUnie sloegen volgens Soeterbroek een andere toon aan. “Ze willen een eigen Stadsakkoord maken en van bovenaf mensen aan het woord laten die ze nog niet gehoord hebben. Al die actieve mensen kennen ze ondertussen wel. Wij worden niet meer serieus genomen. We dienen meer als symboliek dan als volwaardig gesprekspartner.” 

Luister hier naar het volledige interview met Frans Soeterbroek. Welke lichtpuntjes hij in Nederland ziet. (‘In Amsterdam zijn ze goed bezig.’) En tot welke fouten de huidige bouwspurt leidt.  

Het momentum is ook een beetje weg. Nu de economie weer op volle toeren draait is de gemeente in haar drang om te groeien weer in de oude manier van stadsontwikkeling teruggevallen, vindt Soeterbroek. “Er moet snel, groots en meeslepend gebouwd worden.” De kwaliteit van de publieke ruimte is weer ondergeschikt gemaakt aan bouwen. Er wordt vooral geïnvesteerd in prestigieuze wijken en niet in wijken die een investering het hardst nodig hebben. Bewonersgroepen worden weer laat geïnformeerd en komen in actie. En terecht, vindt Soeterbroek. “Gemeente en ontwikkelaars spelen monopoly over de hoofden van de buurtbewoners.” De stad wordt van de rijken en de middenklasse en de rest kan het schudden is de treurige conclusie van Soeterbroek.

De gemeente vindt ook dat het vastgoed van hen is, valt Soeterbroek op. “Terwijl het van ons is. De overheid is namelijk van ons, dat zijn wij samen. Maar dat zit niet tussen de oren van de politiek en ambtenarij.” En zo is er voor Soeterbroek een einde gekomen aan het innige huwelijk tussen gemeente en actieve mensen. “De gemeente verdient weer een activistische stad die het hen lastig maakt.”