In Groningen namen ze de tijd voor een coöperatieve wijkraad

‘Wijk besluit niet alleen over getrut, maar ook over echte zaken’ 

Eigenlijk is het voor iedereen heel lastig; een coöperatieve wijkraad. Ambtenaren worstelen ermee want bewoners zijn ineens hun opdrachtgevers. Raadsleden vragen zich af wat er overblijft van hun positie. En de bewoners zijn helemaal niet gewend aan vergaderen. Laat staan aan compromissen sluiten met elkaar. Collectief boos zijn op die stomme gemeente, ontdekken ze, heeft ook voordelen.

Les uit het Noorden:
Neem de tijd om tot een goed ontwerp te komen.
Zorg voor een breed draagvlak in de buurt, politiek en ambtenarij.
Steun de wijkraadsleden.
Houd er rekening mee dat het een tijd duurt voordat je samen goed kunt overleggencen besluiten nemen.

Er waren dus veel en hoge hobbels te nemen om tot een coöperatieve wijkraad te komen, maar Liesbeth van de Wetering, socioloog van huis uit, en D66-raadslid Wieke Paulusma bleken een lange adem te hebben. Vier jaar lang hebben zij zich ingezet voor dit – zoals zij het zo nadrukkelijk noemen – experiment. Een experiment om de representatieve democratie – dus de gekozen politici – en de participatieve democratie – de bewoners en alle andere betrokkenen – met elkaar te verbinden.

Met als gevolg een coöperatieve wijkraad in de Oosterparkwijk die net als in Londen, waar Wieke dit idee opdeed, niet alleen over ‘getrut’ gaat in de categorie wipkip en buurtmoestuin, maar ook over wezenlijke zaken als verkeer, gezondheid en onderwijs. En waar de rest van de wijk invloed op uitoefent via een online panel en discussieforum.

Luister hier naar het volledige interview met Wieke Paulusma en Liesbeth van de Wetering over het ‘mooie monster’ dat ze gecreëerd hebben in de Groningse Oosterparkwijk. “Het gaat nu veel vaker over de wijk zelf, in plaats van over processen en meetmomenten”.

Het plan volgde vanaf begin af aan al een andere weg dan gebruikelijk is in de lokale politiek, vertelt Liesbeth. “De A4tjes gingen onder de arm van de burgemeester de raadszaal in. Dus zonder al die ambtelijke afdelingsparafen die normaal op een raadsvoorstel staan.” Die alternatieve route en aanpak bleven ze volgen. Ze persten zich niet in een strak keurslijf met moordende deadlines en een van tevoren vastgestelde uitkomst. Er werd echt de tijd genomen om met alle betrokkenen goed van gedachten te wisselen over alle voor- en nadelen van alle varianten. Ook werd het geen liefhebberijtje van één bepaalde politieke partij of wethouder. Wieke: “In alle politieke partijen waren er voor- en tegenstanders. Dat ging dwars door alle partijen heen.”

Nu, bijna vier jaar verder, is er dus een wijkraad. En dat is voor iedereen erg wennen, vertelt Liesbeth. “Ambtenaren krijgen ineens de opdracht van bewoners om drie varianten van een plan uit te werken. En vragen hoeveel geld ergens precies in ging zitten. Dat vergt wel een omslag ja.” En dan drukt Liesbeth zich zacht uit. Zo ook voor de gemeenteraad, want waar blijven de raadsleden in dit verhaal. Voor de bewoners tenslotte valt het ook niet altijd mee. Tot nu toe had de buurt een gemene deler, namelijk die domme gemeente of wethouder. Ook als ze het inhoudelijk niet met elkaar eens waren was dat wel iets wat iedereen bond. “Je zegje doen voor de supermarkt terwijl je vroeger liever collectief boos was, is supermoeilijk. Want stel je voor dat je door je standpunt ruzie krijgt met je buurvrouw. Het heeft enorm geholpen dat de burgemeester heeft gezegd dat hij achter hen staat en dat ze het niet alleen doen.”